Aansluiten
Stap 1: meet elke batterij na
Meet met je multimeter (op DC voltage) de spanning van iedere AA-batterij.
| Soort batterij | Vol | Vervangen of opladen onder |
|---|---|---|
| Gewone (alkaline) | ongeveer 1,5V | 1,2V |
| Oplaadbaar (NiMH) | ongeveer 1,3V | 1,1V |
Een oplaadbare batterij geeft vol al minder dan een gewone. Met zes oplaadbare krijg je dus ongeveer 7,5V in plaats van 9V, en dat is genoeg voor het shield.
Nog nooit een multimeter gebruikt?
Kijk eerst even bij Meten met een multimeter.
Welke instellingen heb ik nodig?
Zet de multimeter op DC voltage (V met een streepje). Rode meetpen op de plus (+), zwarte meetpen op de min (-). Je leest een waarde rond de 1,5V af.
Stap 2: meet de batterijhouder na
Plaats alle batterijen in de houder. Meet de spanning aan de rode en zwarte draad die eruit komen. Verwacht: ongeveer 9V met gewone batterijen, ongeveer 7,5V met oplaadbare.
Ik meet een veel lagere spanning
- Zit elke batterij goed om (let op + en -)?
- Meet elke batterij apart na — misschien is er eentje leeg.
- Zitten de draden van de houder niet los?
Stap 3: batterijhouder op het shield

- Draai de schroefjes van de adapter los. Steek de rode draad van de batterijhouder in het gaatje bij de + en de zwarte in het gaatje bij de -, en draai de schroefjes weer vast.
- Steek de adapter in de ronde bus van het shield, naast de schakelaar ON/OFF.
- Zet de schakelaar op het shield op ON.
Als alles goed is, zie je een groen lampje op de microcontroller branden.
Het groene lampje brandt niet
- Staat de schakelaar op ON?
- Zitten de draden goed vast?
- Meet de batterijhouder opnieuw (Stap 2).