Leerdoel, les en beoordeling op één lijn
De tip: schrijf eerst op wat een leerling aan het eind kan, laat de les precies dat oefenen, en beoordeel precies dat. Dan leert een leerling wat je bedoelt, en niet alleen wat hij denkt dat getoetst wordt.
Waar komt dit vandaan
John Biggs noemde dit in 1996 constructive alignment. Het woord bestaat uit twee delen. Constructive komt uit het constructivisme: een leerling bouwt zijn kennis zelf op, door wat hij doet. Wat de docent doet, telt alleen voor zover het de leerling aan het werk zet. Alignment betekent dat de leerdoelen, de lesactiviteiten en de beoordeling in dezelfde richting wijzen.
Het onderzoek
Biggs beschrijft drie stappen die op elkaar aansluiten.
- Het leerdoel beschrijft wat een leerling met de stof kan, met een werkwoord en een niveau: niet "kent lijsten", maar "kan een lijst doorlopen en de grootste waarde vinden". Biggs gebruikt daarvoor zijn eigen indeling in niveaus van begrip (SOLO), maar het idee werkt met elke indeling die werkwoorden geeft.
- De lesactiviteit laat de leerling precies dat werkwoord doen. Een leerling die moet leren uitleggen, moet in de les uitleggen. Luisteren naar een uitleg is een andere activiteit.
- De beoordeling kijkt of de leerling het werkwoord op dat niveau laat zien. Biggs beoordeelt tegen het leerdoel, niet tegen de rest van de klas.
Waarom het uitmaakt: leerlingen leren wat ze denken dat beoordeeld wordt. Biggs noemt dat het terugslageffect van de toets (backwash). Toetst de beoordeling alleen onthouden, terwijl het leerdoel om toepassen vraagt, dan gaan leerlingen onthouden. Sluiten de drie op elkaar aan, dan werkt dat effect in je voordeel: wie zich op de beoordeling voorbereidt, oefent het leerdoel.
Biggs, J. (1996). Enhancing teaching through constructive alignment. Higher Education, 32(3), 347–364.
Hoe wij dit toepassen
De pagina Leerdoelen van elke cursus is waar de drie samenkomen. Neem de leerdoelen van niveau 1 bij Algoritmiek:
- Het leerdoel is een rij in
src/leerdoelen.json: een concept, met per niveau de moeilijkheid (basis, gevorderd of expert). Wat de leerling ermee moet kunnen, beschrijft de denkvaardigheid volgens Bloom, met een werkwoord per trede. Leerdoel en denkvaardigheid staan voor de leerling op dezelfde pagina. - De lesactiviteit zit vast aan het leerdoel. Elke rij wijst met
lesnaar de les waar je het concept leert, en de leerdoelenpagina linkt ernaar. Een les die niet bestaat, stopt de build. In die les doorloopt de leerling PRIMM: voorspellen, draaien, onderzoeken, aanpassen en zelf maken. Zo oefent hij in de les de werkwoorden waarop hij later beoordeeld wordt. - De beoordeling leest hetzelfde bestand. De nakijker herkent per rij of het concept in het project zit, en een rij zonder herkenning is een fout in de test. De docent kiest de denkvaardigheid die hij in het project en het mondeling zag, en het cijfer staat in dezelfde tabel die de leerling op de pagina Leerdoelen al zag.
Omdat leerdoel, les en nakijker uit één bestand komen, kan het ene niet stil wegdrijven van het andere: zet je er een rij bij, dan wil de build een les en de test een herkenning.
Eén ding regelt het bestand niet: of de les het werkwoord ook echt laat doen. Dat de les bestaat, ziet de build; dat de opdracht de leerling laat vergelijken in plaats van overtypen, zie je alleen door de les zelf door te lopen. Bij een cursus met meer niveaus laat de pagina vergelijken bij Godot zien hoe hetzelfde concept per niveau een andere moeilijkheid krijgt.