Denkvaardigheden volgens Bloom
De tip: beoordeel niet alleen wélke concepten een leerling gebruikt, maar ook wat hij ermee kan: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren of creëren.
Waar komt dit vandaan
De taxonomie van Bloom deelt onderwijsdoelen in naar denkvaardigheid, van eenvoudig naar complex. Wij gebruiken de herziene versie zoals Krathwohl die in 2002 in één artikel samenvat. Dat is de kernpaper waar we naar verwijzen, en de enige bron voor wat hieronder staat.
Het onderzoek
Krathwohl beschrijft drie veranderingen ten opzichte van de oorspronkelijke indeling.
- De categorieën zijn werkwoorden geworden, omdat een leerdoel beschrijft wat een leerling doet: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. Synthese heet nu creëren en staat bovenaan, boven evalueren.
- Kennis is een eigen dimensie geworden, met vier soorten: feitelijke, conceptuele, procedurele en metacognitieve kennis. Een leerdoel krijgt zo twee kenmerken, een werkwoord (de denkvaardigheid) en een zelfstandig naamwoord (de kennis), en past in een tabel van denkvaardigheid tegen kennis.
- De rangorde is minder strikt. De categorieën lopen op in complexiteit, maar ze mogen elkaar overlappen.
De bovenste drie liggen het dichtst bij elkaar. Krathwohl omschrijft ze zo:
- Analyseren is iets in zijn delen uit elkaar halen, en zien hoe die delen met elkaar en met het geheel samenhangen.
- Evalueren is een oordeel geven op grond van criteria en normen.
- Creëren is delen samenvoegen tot een nieuw, samenhangend geheel, of een eigen product maken.
Het verschil zit dus in wat de leerling oplevert: een uitleg van hoe iets in elkaar zit, een oordeel met een norm erbij, of iets nieuws. Toepassen ligt eronder: een bekende werkwijze uitvoeren of gebruiken in een gegeven situatie.
Krathwohl laat zien dat je met die tabel lesdoelen, lesactiviteiten en toetsen naast elkaar kunt leggen. Dan zie je of ze bij elkaar passen, en of een cursus bijna alleen op onthouden toetst terwijl de doelen hoger liggen.
Krathwohl, D. R. (2002). A Revision of Bloom's Taxonomy: An Overview. Theory Into Practice, 41(4), 212–218.
Hoe wij dit toepassen
- Elke cursus heeft leerdoelen: per niveau de concepten, elk op basis, gevorderd of expert. Dat is wát een leerling gebruikt.
- De denkvaardigheid is de tweede as: wat de leerling met die concepten kan. De docent ziet hem in het project, in de les en in het mondeling.
- Het cijfer staat waar die twee elkaar kruisen. Een concept vaak gebruiken maakt de denkvaardigheid niet hoger; twee oplossingen vergelijken, een keuze onderbouwen tegen een norm of er iets nieuws mee maken wel.
- Bij elke denkvaardigheid staan werkwoorden, en elk werkwoord hoort bij één trede. Concepten samen laten werken in je project (integreren) is toepassen, twee oplossingen naast elkaar leggen (vergelijken) is analyseren, en bij evalueren staat alleen beoordelen: opties afwegen tegen een norm of een set standaarden, en een weloverwogen keuze maken. Zo wijst elk werkwoord naar wat de leerling oplevert.
- De nakijker stelt de moeilijkheid voor uit de gebruikte concepten. De denkvaardigheid kiest de docent zelf, want die zie je niet aan de code.
De tabel met denkvaardigheden, voorbeelden en cijfers staat bij elke cursus op de pagina Leerdoelen, bijvoorbeeld Leerdoelen bij Webontwikkeling. Hoe leerdoel, les en beoordeling daar op elkaar aansluiten, staat bij Leerdoel, les en beoordeling op één lijn.