Ga naar hoofdinhoud

Een grammatica op papier

Een grammatica is een setje regels waarmee je zinnen bouwt én controleert. Hier schrijf je er een op papier voor tien zinnen uit een Sherlock Holmes-verhaal, dezelfde tien die je straks op de site laat ontleden. Achter elk woord staat zijn woordsoort tussen haakjes, zodat je niets hoeft op te zoeken. Een potlood per tweetal, ongeveer 40 minuten.

De woordsoorten​

WoordsoortVoorbeeld
Nzelfstandig naamwoord, ook namen en he, we, IHolmes (N), pipe (N)
Vwerkwoordsat (V), lit (V)
Detlidwoord of bezittelijk voornaamwoorda (Det), his (Det)
Adjbijvoeglijk naamwoordred (Adj)
Advbijwoorddown (Adv), never (Adv)
Conjvoegwoordand (Conj), until (Conj)
Pvoorzetselin (P), before (P)

De notatie​

Een regel zegt waaruit iets bestaat: links de naam van een groep, dan de pijl -> ("bestaat uit"), rechts de onderdelen: andere groepen of woordsoorten. Bijvoorbeeld Zin -> Groet Naam. Mag een groep op twee manieren bestaan, dan schrijf je twee regels met dezelfde kop. Het startsymbool is S: daar begint elke zin. De woordsoorten zijn al gegeven; jij bedenkt de groepen erboven (bijvoorbeeld een onderwerp-deel en een werkwoord-deel), geeft ze een naam, en schrijft op hoe die samen een S vormen.

Zo werk je​

Zin 1 is voorgedaan. Neem daarna de zinnen in volgorde. Kijk per zin wat er nieuw is en schrijf daaronder je hele grammatica tot dan toe: de regels die je al had plus wat er voor deze zin bij moet. Elke nieuwe regel mag geen eerdere zin kapotmaken, dus loop je regels nog eens langs de zinnen ervoor. Past een zin al, dan schrijf je de grammatica ongewijzigd over. De lijntjes geven ongeveer aan hoeveel regels je nodig hebt.

De zinnen​

Zin 1. Holmes (N) sat (V). Nieuw: alles. Een onderwerp dat iets doet. Deze is voorgedaan, met NP als naam voor het onderwerp-deel en VP voor het werkwoord-deel. Links de regels, rechts de boom die ze bouwen:

S -> NP VP S
NP -> N ├─ NP: Holmes (N)
VP -> V └─ VP: sat (V)

Andere namen mogen ook. Neem bij zin 2 de drie regels over en bouw verder.

Zin 2. Holmes (N) lit (V) a (Det) pipe (N). Nieuw: een lijdend voorwerp, a pipe.

Zin 3. My (Det) companion (N) smiled (V) an (Det) enigmatical (Adj) smile (N). Nieuw: een bijvoeglijk naamwoord tussen an en smile.

Zin 4. Holmes (N) sat (V) down (Adv) and (Conj) lit (V) his (Det) pipe (N). Nieuw: een bijwoord achter het werkwoord, en and dat twee stukken plakt. Welke stukken?

Zin 5. We (N) arrived (V) the (Det) day (N) before (P) Thursday (N). Nieuw: een voorzetsel. Het hoort bij de woorden erna: before Thursday.

Zin 6. Holmes (N) sat (V) in (P) the (Det) red (Adj) armchair (N) and (Conj) he (N) chuckled (V). Nieuw: een voorzetselgroep bij het werkwoord, en and tussen twee hele zinnen.

Zin 7. Holmes (N) chuckled (V) to (P) himself (N). Past hij al? Kijk voor je iets toevoegt.

Zin 8. She (N) never (Adv) said (V) a (Det) word (N) until (Conj) we (N) were (V) at (P) the (Det) door (N) here (Adv). Nieuw: een bijwoord vóór het werkwoord, en een bijwoord helemaal achteraan.

Zin 9. I (N) had (V) a (Det) country (Adj) walk (N) on (P) Thursday (N) and (Conj) came (V) home (N) in (P) a (Det) dreadful (Adj) mess (N). Past hij al?

Zin 10. I (N) had (V) a (Det) little (Adj) moist (Adj) red (Adj) paint (N) in (P) the (Det) palm (N) of (P) my (Det) hand (N). Nieuw: drie bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar. Kun je dat met één regel die naar zichzelf verwijst?

Bespreek na​

  • Twee tweetallen hebben verschillende regels, en bij allebei passen alle tien de zinnen. Wie heeft gelijk?
  • Een regel mag je overal toepassen waar zijn naam staat, ongeacht wat ernaast staat: context-vrij. Welke regel gebruikte je in zin 10 twee keer in dezelfde boom?
  • Je grammatica keurt "Holmes lit a smile" goed, ook al betekent het niets. Wat controleert een grammatica wel, en wat niet?
Antwoorden (voor de docent; print als losse laatste pagina)

Op het scherm staat dit dicht, zodat een leerling die deze pagina opent de oplossing niet ziet; op papier is het de losse laatste pagina. Houd hem achter de hand of knip hem eraf. De namen van de groepen mag iedereen zelf kiezen; hier heten ze zoals in de lessen op de site: NP voor een zelfstandig-naamwoordgroep, VP voor een werkwoordgroep, PP voor een voorzetselgroep, AdjP voor een rij bijvoeglijke naamwoorden. Dit is één grammatica die de tien zinnen bouwt; er zijn er meer.

S -> NP VP (zin 1)
NP -> N (zin 1)
VP -> V (zin 1)
VP -> V NP (zin 2)
NP -> Det N (zin 2)
NP -> Det AdjP N (zin 3)
AdjP -> Adj (zin 3)
VP -> VP Adv (zin 4)
VP -> VP Conj VP (zin 4)
PP -> P NP (zin 5)
NP -> NP PP (zin 5)
VP -> V PP (zin 6)
S -> S Conj S (zin 6)
VP -> Adv VP (zin 8)
VP -> VP PP (zin 9)
AdjP -> Adj AdjP (zin 10)

Zin 7 en 9 hebben geen nieuwe regel nodig als je bij zin 5 en 6 al NP -> NP PP en VP -> V PP had; wie zin 9 als "werkwoord-deel plus voorzetselgroep" leest, voegt VP -> VP PP toe. Zin 10 draait om de laatste regel: AdjP bestaat uit een Adj gevolgd door weer een AdjP, en dat mag zo vaak als nodig. Zo'n regel die naar zichzelf verwijst heet recursie; daarmee is het aantal zinnen onbegrensd.

Verder op de site​